Lesgeven op De Alleman
Twee generaties 'juf' aan het woord
- december 2010 -
In hetzelfde schooljaar dat juf Yvonne haar 40-jarig jubileum viert, maakt Juf Danielle kennis met het Jenaplanonderwijs tijdens haar stage op De Alleman. Een mooie aanleiding voor een interview over het Jenaplanonderwijs op De Alleman.
Waarom hebben jullie voor Jenaplan gekozen?
Danielle: 'Eigenlijk per toeval, ik werkte in de kinderopvang, heb vervolgens Pabo gedaan en liep stage op een basisschool gericht op het reguliere programma. Eerlijk gezegd was Jenaplan niet mijn 1e keuze. Pas in het 3e jaar kregen we er vanuit de opleiding meer informatie over en ik had een vooroordeel dat het rommelig zou kunnen zijn. Na mijn 1e stagedag op de Alleman leek dat ook zo. Iedereen deed iets anders, ik kon het niet bijhouden en had het gevoel dat ik geen overzicht kon krijgen. Dit wende snel en na een maand was ik helemaal om en wilde ik niet meer weg. Eigenlijk was de omslag dat ik zag wat het met de kinderen deed dat zij echt individueel onderwijs op maat krijgen, dit maakt hen enthousiast omdat het aansluit bij hun ontwikkelfase en de kinderen echt leren. Het is intensief voor de leerkrachten maar je krijgt er zoveel voor terug.
Yvonne: "Toen ik in 2000 op De Alleman begon was Jenaplan nieuw voor mij. Het sloot wonderwel aan op hoe ik graag met kinderen wilde werken. Ik kwam destijds van een school waar het nogal klassikaal en traditioneel was. Ik had juist behoefte aan speel-werkhoeken en het flexibele; dat je je deels kunt laten leiden door wat er op een dag gebeurt. Net als dit schooljaar (2010-2011) startte destijds in 2000 een 2/3 stamgroep op De Alleman. Daar kon ik mijn passie voor kleuters combineren met speel-leersituaties voor 6-jarigen. Kinderen van groep 3 hebben nog veel behoefte aan spelen en dat kan goed als je met kleuters samen bent. Ook de kleuters steken al veel op, mochten ze al interesse krijgen in letters en cijfers. Op mijn vorige school waren er striktere grenzen; kleuters mochten nog niet leren rekenen of schrijven, ook al was een kind daar aan toe.
Kunnen jullie iets zeggen over de vergelijking met regulier onderwijs?
Bij programmagericht onderwijs houdt een leerkracht de vaste methoden aan. Bij een taalles in het regulier programma moet een kind bijvoorbeeld zes woordjes invullen en dat was het. Terwijl ik nu vaak hoor: "Juf wat gaan we met taal doen?" Waarop ik dan antwoord: "Dat hebben we net gedaan!" "Oh", reageren ze dan verbaasd, "was dat taal...?" In het lesprogramma hebben we de vrijheid om niet alles voorgedrukt te gebruiken. We kunnen precies inpassen waar we op dat moment mee bezig zijn, en blijven zo dichtbij de belevingswereld van het kind op dat moment. De vorm is dus wat vrijer, maar daarmee inhoudelijk zeker niet vrijblijvender. Het voordeel vind ik dat je kinderen beter kunt testen. In het voorbeeld van het invullen van woordjes, gokken kinderen logischerwijs ook. In onze testmethodiek starten we met een leeg blaadje, dan moet het antwoord echt uit de kinderen komen. Dat vraagt toepassingsvermogen van wat ze hebben geleerd, en creativiteit.
Wat bedoelen jullie met 'leren met hoofd, hart en handen'?
Wat we vanuit de opleiding hebben meegekregen is regulier klassikaal en daarmee heel erg op hoofd gericht. Hart en handen worden snel vergeten. De uitdaging is dat we per dag, per groep bekijken wat er op dat moment nodig is en hierop aansluiten. We sluiten aan op gevoel door naar de kinderen te kijken. Laatst kwam er bijvoorbeeld een kind verdrietig op school omdat zijn konijntje dood wasgegaan. Dit maakte diepe indruk op de groep. Hoewel rekenen op het programma stond, heb ik toen besloten om het programma om te draaien. Ik ben toen gestart met een kringgesprek over 'verlies' en vervolgens mochten de kinderen hierover een tekening maken omdat tekenen oorspronkelijk 's middags op het programma stond. Daarmee kreeg de emotie een plek en was er 's middags wel concentratie voor het rekenen. Dat is het voordeel van een ritmisch weekplan.
Nu je het over rekenen hebt; je hoort weleens de kritische vraag of kinderen nu wel echt goed leren rekenen in het Jenaplanonderwijs. Hoe ervaren jullie dit?
De Alleman gebruikt voor rekenen wel een reguliere rekenmethode, Pluspunt, en volgt de doelen die hierin op jaarbasis dienen te worden behaald. In tegenstelling tot de andere vakken laten we bij rekenen de methode dus niet los. Wel geldt ook hier, dat we het soms op andere manier brengen. Bijvoorbeeld in het thema 'feest' laten we de kinderen taarten met kaarsjes tellen zodat het wat meer aansluit bij de belevingswereld. Of, zoals laatst in groep 3, bakten we op vrijdagmiddag een appeltaart op zo'n manier dat de kinderen gevoel krijgen bij hoeveelheden en rekenen. We gingen eerst 'boodschappen' doen, bekeken welke en hoeveel ingrediënten we nodig hadden en hoeveel het kostte. Bij het maken van het boodschappenlijstje komt dan ook taal om de hoek kijken. Kortom, ons onderwijs kent niet zozeer losse vakken, het is meer geïntegreerd.
Jenaplanonderwijs werkt met de zogenoemde 'kringen'. Kunnen jullie daar iets over vertellen?
We starten in alle groepen zoveel mogelijk in de grote ochtendkring en komen gedurende de dag vaker bijeen in de kring. Een kring heeft een belangrijk sociaal aspect, je leert luisteren en met elkaar een gesprek voeren. Bij een instructiekring vragen we wie de opdracht al zelfstandig kan maken. Daarmee geven we ruimte om het zelf te ontdekken. Als leerkracht evalueer je dagelijks met het kind. Soms overschat of onderschat een kind zijn of haar kennisniveau op een bepaald punt. Als dit zich bij een of enkele kinderen voordoet, pakken we het individueel op. Zien we als leerkracht dat meerdere kinderen ergens moeite mee hebben, of iets anders valt ons op, dan bespreken we dat in de zogenaamde evaluatiekring. Daarnaast ligt het initiatief om te evalueren ook bij de kinderen zelf. Zij mogen ook onderwerpen inbrengen.
Hoe krijgen jullie die flexibiliteit voor elkaar?
Jenaplanonderwijs vraagt meer van leerkrachten omdat je aansluit bij ieder individu. Grappig genoeg geeft dit een wisselwerking. Naar onze mening kun je daarin juist je passie en creativiteit kwijt. Als je ziet hoe goed het voor de kinderen werkt dan wil je dat als leerkracht gewoon zo doen. Wat leuk is om te zien is dat er onderscheid is tussen de kinderen zowel in leeftijd als in ontwikkeling. Hiermee stimuleren ze elkaar ook weer om van elkaar te leren. Er is veel acceptatie. We bespreken zaken echt met elkaar en niet alleen maar in de zin 'Het is goed of fout'. Kinderen zijn zo puur en authentiek, ze laten zien hoe zij zich voelen. Bijvoorbeeld bij het samenwerken in tweetallen. Je ziet dat soms iemand dan trots is of zelfvertrouwen heeft. We geven de kinderen ook terug dat we dit zien.
Hoe gaan jullie om met de kinderruzies?
Als er ruzie is, dan besteden we hier veel aandacht aan. Wanneer een kind naar ons toe komt, vragen we eerst hoe hij/zij het heeft opgelost. Hiermee leert een kind ook tegen degene die niet aardig doet, zeggen wat hem/haar pijn heeft gedaan. We besteden hier in de Kanjertraining ook veel aandacht aan. In het voorbeeld wat ik in mijn gedachte heb, loste het meisje het zelf op. Het andere kind had daar voor geen besef dat het de ander zo raakte. Hiermee ontwikkel je zelfweerbaarheid. Soms is er uiteraard meer interactie vanuit de leerkracht nodig, maar ook hier geldt dat we afhankelijk van de situatie handelen. In plaats van een 'pest protocol' gebruiken wij de Kanjertraining met als hoofddoel dat het kind het zoveel mogelijk zelf leert oplossen zonder dat wij het overnemen.
Waarin vinden jullie dat De Alleman specifiek in uitblinkt?
Er heerst een hele goede sfeer. Kinderen voelen zich heel snel op hun gemak. Hier staat iedereen open en dan leer je snel. Daarnaast is het natuurlijk een kleine school, waardoor er veel individuele aandacht is en de kinderen elkaar allemaal kennen. Dit maakt het heel overzichtelijk. Dat heeft iets intiems en voelt veilig.
Willen jullie nog iets meegeven aan de ouders?
Het motto van de school 'Thuis op school' staat voor je prettig voelen en dat je echt kan zijn wie je bent. Er is veel ruimte voor ouders om actief met de leerkracht in gesprek te gaan en te blijven over hun kind en zijn of haar wijze van leren. Zo kun je samen het 'Thuis op school' vorm geven. Door je kind in zijn of haar ontwikkeling zowel te ondersteunen, dus helpen zodat het zich veilig voelt, als te stimuleren in de uitdaging.